Teach Like a Champion 3.0 is de nieuwe editie van het bekende werk van Lemov. De vorige editie ben ik begonnen met lezen en bespreken, maar vrij in het begin gestrand. Met de nieuwe editie een nieuwe poging. Dit is de eerste post over hoofdstuk 3: Check for Understanding. Een thema dat in de vorige editie erg grote indruk op mij gemaakt heeft. Dit is de eerste aflevering bij dit hoofdstuk.

Je kan als docent wat onderwijzen, maar daar gaat het niet om. Het gaat er om dat leerlingen wat leren. En dat moet je volgen of zelfs controleren. Daar zijn een aantal “do’s” maar zeker ook “don’ts” over te geven. Daar gaat dit hoofdstuk over.

Technique 6: Replace Self report

Deze techniek komt ook voor in de vorige editie van TLAC, maar daar heet het Reject Self Report.. Een subtiel verschil. Bij het afwijzen van zelfevaluatie staat er geen vervolgactie en dat is wat Lemov nu wel expliciet doet: alternatieven benoemen. Maar eerst de aanleiding: de vraag “snapt iedereen het” is een overbodige. Leerlingen kunnen na uitleg dit niet zo snel beoordelen en ze gaan dit zeker niet toegeven voor de hele klas.

Het moment dat je de neiging hebt “snapt iedereen het?” te vragen weet je dat je op het moment bent dat je controlevragen moet gaan stellen. Vragen waaruit voor jou als docent blijkt of de leerlingen het begrepen hebben. Dit zijn bij voorkeur snelle vragen die kunnen gaan over de stof, deelvaardigheden, het huiswerk, enzovoort.

Wil je ze kunnen stellen, dan moet je ze voorbereiden. Om ze te stellen gebruik je bij voorkeur Cold Calling. De vragen die je stelt hebben dan niet als doel om een compleet beeld te krijgen of iedereen alles snapt, maar om een indruk te krijgen. Beter dan in het duister tasten. Lemov geeft hierbij het voorbeeld waarbij bij literatuuronderwijs de moeilijke woorden en wat context aan de hand van een paar vragen op het scherm gesteld worden. Drie, vier minuten, kort antwoorden en dan weer door.

Lemov verwijst wel vooruit naar cold calling maar niet terug naar de lesvoorbereiding. Dat is jammer, bij de lesvoorbereiding benoemt hij dat je de te stellen vragen én de namen van de leerlingen moet noteren.

Wat ik doe.

Met het volgen van EDI is de vraag naar of de leerling de uitleg begrijpt overbodig. Immers, daarin wordt de theorie uitgelegd, worden er voorbeelden uitgewerkt, samen geoefend en vervolgens zelf geoefend. In dat traject blijkt vanzelf of de leerlingen het snappen. Beter.

Technique 7: Retrieval Practice

Dat Lemov nu aangehaakt is bij de cognitieve stroming die door het onderwijs gaat, is met deze techniek wel erg duidelijk. Deze techniek is voor TLAC helemaal nieuw. Met een verwijzing naar Ebbinghaus (zonder literatuurwerwijzing, dat weer niet), pleit Lemov voor herhaling van eerdere stof, elke les weer. Want wanneer een leerling nu iets weet, weet je bijna zeker dat dat morgen vergeten is. Met herhaling verfris je de kennis weer. Retrieval Practice is in ieder geval gepland en doordacht gespreid in de tijd. De opbrengst is niet alleen de herhaling, maar ook dat het terughalen een volgende keer weer makkelijker gaat.

Aan de vorm van Retrieval Practice zitten geen kenmerken. Het kan het oplossen van een som zijn, het benoemen van organen van het menselijk lichaam en het beschrijven van de functie, enzovoort.

Lemov komt terug op een video die hij tien jaar geleden gemaakt heeft. De docent in kwestie gebruikt Cold Call en No Opt Out in een leergesprek. En de video werd daar voor gebruikt. Maar bij nadere bestudering bleek de docent aan Retrieval Practice te doen. Dat was een onverwachte blikwisseling van hoe iets gepresenteerd werd naar wat er gepresenteerd werd.

Een tweede onverwachte waarneming van Lemov is, is dat leerlingen het over het algemeen leuk vinden om te doen. Vooral wanneer ze kunnen laten zien dat ze iets beheersen. Maar vaak helpt het om ook het doel met enige regelmaat te benoemen (Barton, 2019).

Wat ik doe

Ook ik ben aangehaakt op de cognitieve stroming in het onderwijs. Retrieval Practice zit al enige tijd in de gereedschapskist, geïnspireerd onder andere door de vertaalde posters van de Learning Scientists op de blog van Pedro de Bruyckere. Bij veel wiskundedocenten is het heel gewoon dat er bij binnenkomst een startopgave op het bord staat. Dat ben ik ook gaan doen. Barton bespreekt uitgebreid aan welke kenmerken zo’n opgave moet voldoen. Daar kom ik niet aan toe. De recente ontwikkeling is dat de startopgave de vorm heeft gekregen van een quizje in Quizizz.

Technique 8: Standardize the format.

Met heldere instructies waar en hoe leerlingen hun werk moeten noteren of laten zien, zorg je er voor dat je snel zicht hebt op het werk van leerlingen. Omdat je minder hoeft te zoeken in het werk van de leerling naar het werk wat je wilt zien, heb je of tijd over voor andere dingen, of ben je in de gelegenheid om bij meer leerlingen het werk te bekijken. Aanvulling, of uitbreiding, van deze techniek is dat je leerlingen vraagt bepaalde stappen, bepaalde woorden of kenmerken apart te onderstrepen, te arceren met een marker enzovoort.

Deze techniek lijkt voor de hand liggend, elke docent weet dat wanneer leerlingen op een werkblad een antwoord geven, dat sneller na te kijken is, dan het antwoord in een schrift waarin je moet zoeken waar het antwoord staat.

Een eindje verderop (bij Technique 12) komt nog een andere manier naar voren: leerlingen hebben in hun schrift een opgave gemaakt en krijgen de opdracht het antwoord te markeren. Ook dan kan je snel gericht kijken.

Wat ik doe

In de les hamer ik op netjes werken. De nummers van opgaven in de kantlijn, opgaven onder elkaar, witregels tussen opgaven, enzovoort. Leerlingen reageren dan met “op het proefwerk doe ik het goed”, maar steeds weer blijkt dat een proefwerk wat netheid gemaakt wordt als het schrift. En bij nakijken maken dit soort kleine dingen enorm uit in de energie en tijd die nakijken vraagt.

Maar ook in de les: wanneer ik rondloop en in de schriften kijk, kan ik gewoon zien wat waar staat, zonder dat ik de leerling hoef te storen bij het werken.Barton, C. (2019). Volgens Barton: Lesgeven in wiskunde aan de hand van wetenschap, experts, en 12 jaar aan mislukkingen (R. Kneyber, Vert.; 1ste dr.). Phronese.

Tussenstand

In de serie “dr House MD” zegt de hoofdpersoon regelmatig over zijn patiënten: “everybody lies”. Oftewel, luister niet naar je patiënten maar doe zelf onderzoek. Techniek 6 is daar een variant op. En met techniek 7 check je wat er van de lessen ervoor onthouden is. Om dat snel te doen, moet je zorgen dat de reacties van leerlingen snel leesbaar zijn; dat je niet hoeft te zoeken.