De “Dikke Barton” is voor mij één van de belangrijkste inspiratiebronnen voor hoe ik tegen mijn lessen aan kijk. Daarom korte beschrijvingen over hoe ik met het geleerde uit dit boek om ga.

Nakijken

Barton betoogt dat elke omgang met de lesstof goed is. En wil je het maximale uit een toets / test halen, dan laat je leerlingen zelf nakijken. Hoewel ik daar een groot aanhanger van ben, lukt dat niet altijd. En wat dan? Barton adviseert om dan zo min mogelijk feedback op het gemaakte werk te geven. Vervolgens geef je leerlingen het nagekeken werk terug, met een nakijkmodel en laat je ze puzzelen over de vraag hoe de docent aan het cijfer gekomen is.

Wat ik eerst deed

Voor Barton annoteerde ik het werk tijdens het nakijken. Soms met het goede antwoord, soms door de vergissing aan te strepen. Het werk zag er dan ook echt “nagekeken” uit. Gesprekken met leerlingen kwamen veelal niet verder dan “waarom is dit fout”.

Wat ik nu doe

Bij voorkeur laat ik leerlingen zelf nakijken.

Wanneer dat niet mogelijk is, kijk ik na en noteer ik alleen de punten in de kantlijn. Vervolgens geef ik de leerlingen het nagekeken werk, de opgaven en het correctievoorstel. En kunnen ze dus hun werk alsnog nakijken en bekijken wat er niet goed gegaan is. Het is voor hen dan een puzzel geworden. Leerlingen lopen het nagekeken werk na, zelf, of met ouders of bijlesdocent. Het correctievoorstel maak ik zelf, het moet uitgebreider, gedetailleerder dan wat de methode levert en moet voor leerlingen te volgen zijn. Zaken als “per rekenfout -1” of “bij een grafiek moet XOY staan” ontbreken in de correctievoorschriften die voor docenten gemaakt worden.

De workflow is nu dat ik direct na het proefwerk het gemaakte werk scan. Dan verschijnt het als pdf in mijn mailbox. Van de losse bestanden maak ik één groot bestand met het werk van alle leerlingen. Vervolgens doe ik het nakijkwerk in de pdf, op de iPad in OneDrive. Vergissingen / voortschrijdend inzicht tijdens het nakijken kan ik zo makkelijk corrigeren. Na het nakijken knip ik het bestand in stukjes, één bestandje per leerling. Daarna zet ik de opgaven, het correctievoorschrift en het gemaakte werk in de ELO. Klinkt veel werk, maar wanneer je het vaak doet, gaat het redelijk snel.

Wat het oplevert

Natuurlijk hoop ik dat Barton gelijk heeft en dat leerlingen er zo meer van leren. Voor leerlingen wordt in ieder geval wel duidelijk waar bij het nakijken op gelet wordt. Niet meer dan eerlijk.
Voor mij zelf maakt het veel uit omdat ik zelden nog discussies met leerlingen heb over “waarom is dit fout”. Ze hebben het correctievoorschrift en kunnen zelf controleren of het goed toegepast is.

Omdat ik al het materiaal van het proefwerk afgeef, heb ik daar nooit meer gedoe over. En ja, er moeten dus elk jaar nieuwe proefwerken samengesteld worden. Maar terugkijkend ontdekten we in de sectie dat we dat toch al deden. Dus waarom niet?

Barton, C. (2019). Volgens Barton: Lesgeven in wiskunde aan de hand van wetenschap, experts, en 12 jaar aan mislukkingen (R. Kneyber, Vert.; 1ste dr.). Phronese.