De nieuwe Teach Like a Champion. Hoe nieuw kan die zijn? Er is een techniek bij, maar rechtvaardigt dat een nieuwe editie? In het verleden ben ik begonnen aan het bespreken van TLCA 2. Niet afgemaakt. Wellicht komt dat nu uit. Na de bespreking van het het voorwerk en de leertheorethische actergronden door naar de echte inhoud, hoofdstuk 2. Hierbij vat ik zijn tekst samen en geef die weer in mijn woorden. Met mijn selectie.

Lesvoorbereiding

Anders dan in TLAC2, start de werkelijke inhoud van TLAC3 met lesvoorbereiding. Lemov beargumenteert dit uitgebreid. Allereerst maakt hij onderscheid tussen lesplanning en lesvoorbereiding. Een lesplanning geeft je een spoorboekje wat er wanneer moet gebeuren. De lesvoorbereiding specificeert dit tot op de les zelf. Een lesplanning voor een onderwerp kan je voor elke klas elk jaar weer gebruiken, een lesvoorbereiding is gericht op die ene klas, met die leerlingen, op dat moment.

Lemov beargumenteert ook dat een gedetailleerde lesvoorbereiding ook een kwestie van gewoonte, routine is. Je wordt er beter in, het kost minder tijd, wanneer je het voor elke les elke keer weer doet. De opbrengst is dat je de bedrijfsblindheid, dat je niet ziet of en hoe jouw les bij de leerlingen aankomen, tegen gaat. De lesvoorbereiding voor een klas met hoogvliegers is dan anders dan die voor leerlingen die het lastig vinden. Terwijl de planning gelijk kan zijn. Bij de eerste klas voorzie je in extra diepgang, bij de andere klas in extra voorbeelden en oefening. Maar het kan ook zo eenvoudig zijn als alvast noteren wie je in het onderwijsleergesprek gaat vragen (een onderwerp waar Lemov en ik over geschreven hebben). De voorbereiding bevordert ook dat je je lesplan ook echt uitvoert. Je vergeet het niet, er gebeurt niks (minder) onvoorzien, dus het plan kan door.

In de lesvoorbereiding zitten ook aanwijzingen voor jezelf tijdens de les. Hoeveel tijd iets kost, wat een extra vraag, discussiepunt of opgave kan zijn, wat te skippen als er iets uitloopt etc. Daar tevoren over nadenken maakt dat je als docent meer ontspannen voor de klas staat. Het voorkomt dat het bij jou als docent overloopt.

Vakkennis

Olifant in de klas is, aldus Lemov, vakkennis. Hij heeft dat in hoofdstuk 1 ook betoogd, je moet goed weten waar je het over hebt. Anders ben je als docent niet meer dan het oplezen van het boek, niet wendbaar in je les en kom je voor verrassingen te staan. Scholing, bijscholing, professionalisering moet dan, aldus Lemov, ook een gewoonte zijn. Want, “how much you know about what you’re teaching is a key part of how you prepare“.

Technique 1: Exemplar planning

De eerste concrete invulling van de lesvoorbereiding is het maken van een gedetailleerde uitwerking. Bespreek je een boek, dan heb je zelf alle vragen uitgewerkt. Bespreek je sommen, dan heb je die gemaakt. Doe je een quiz, dan heb je de antwoorden en kan je uitleggen waarom dat de antwoorden zijn. Uitwerkingen staan op papier en je hebt ze altijd in je hand. Het is je geheugen, zodat je zelf op andere dingen kan letten.

De uitwerkingen worden aangevuld met aanwijzingen en veelgemaakte fouten. De uitwerkingen zijn daarmee een checklist geworden. Dit moet de uitkomst van de oefening, de vraag of het leergesprek zijn. Bij het bespreken van wortels bij de wiskunde, kan de checklist aangeven dat ook het probleem van de wortel uit -1 besproken moet worden. Of dat bij het bespreken van de Max Havelaar een link gelegd moet worden naar Geschiedenis en Aardrijkskunde. En dat je weet dat je een bepaalde invalshoek ook moet bespreken en hoe je daar terecht komt, geeft je in de les meer ruimte voor focus op de interactie met en tussen de leerlingen.

Het kan zo ver gaan dat je bij de uitwerkingen al de namen schrijft van de leerlingen die de vraag moeten gaan beantwoorden of de som op het bord schrijven.

De uitwerkingen, de checklists zijn volgens Lemov hét middel om de kwaliteit tussen lessen en wellicht tussen docenten, op een gelijk niveau te krijgen. Je kan uitwerkingen van een ander of zelfs van een uitgever gebruiken, maar het beste is ze samen met collega’s te maken. Er is geen betere scholingsactiviteit.

Eigen ervaring

Als stagebegeleider heb ik stagiairs steeds op het hart gedrukt om alle opgaven uit het boek te maken. En ze hebben steeds gezegd dat dat niet nodig was, dat ze de opgaven wel konden maken. En elke keer ging het mis. Waarom? Bij mij is dat omdat ik een wiskundeopgave niet kan maken én op de klas letten én uitleggen wat ik aan het doen ben én het behoorlijk op het bord schrijven. Met de jaren weet ik natuurlijk wel wat er gaat gebeuren, waar leerlingen vastlopen, waar vragen zijn, etc, maar dan zal je net zien, de volgende klas is nét anders. En dan gaat het toch mis. Iets wat ik overigens door schade en schande ook zelf heb moeten leren.

Zelf bespreek ik in elke les het opgegeven huiswerk. Ik kan (nog) niet goed voorzien welke opgaven, welke onderwerpen, dan gevraagd gaan worden. Wat bij de ene klas uitgebreid besproken wordt, blijkt bij de andere geen onderwerp te zijn. Dat maakt het maken van uitwerkingen gericht op die ene klas, lastig.

Technique 2: Plan for error

De bedrijfsblindheid, dat je niet meer ziet wat er werkelijk bij de leerlingen gebeurt, ontstaat als je focust op wat er altijd gebeurt. Wil je echt weten hoe het gaat met leerlingen, dan moet je zorgen dat je het onverwachte plant. Dat je aandacht besteed aan wat er niet goed zal gaan. Het dwingt je stil te staan bij de vraag hoe leerlingen de les zullen gaan ervaren. Te bedenken wat ze moeilijk gaan vinden, welke foute antwoorden gegeven zullen gaan worden. En wanneer je je daar niet op voorbereidt, wals je over fouten heen of kan de lesplanning het raam uit. Vooral het laatste is een reden om fouten bij leerlingen maar te negeren. Door de fouten in de voorbereiding mee te nemen, kan je je ook voorbereiden op jouw reactie daarop. Waar het extra stukje theorie staat, welke extra vraag gesteld moet worden.

Wanneer je in de lesvoorbereiding ook de fouten meeneemt, kan je ze ook registreren. Turven. Zodat je inzicht krijgt in de omvang van het probleem. Is het die ene leerling of is het de halve klas? En waar zit de fout nou precies? En hoe ga je er op reageren wanneer het de halve klas blijkt te zijn.

Dit alles vraagt voorbereiding en ervaring. Dat duurt even. Wanneer je Plan for Error consequent meeneemt in de lesvoorbereiding kost het minder tijd. Maar kan je er ook voor kiezen om het deze keer even niet te doen.

Plan for error onderstreept dat beginners (en leerlingen zijn dat), op een andere manier kennis verwerven dan experts. Immers, ze weten minder. Experts zien dit vaak over het hoofd. Door hier in de voorbereiding tijd voor te maken, voorkom je deze vergissing.

Als laatste punt noemt Lemov dat Plan for error zichtbaar maakt dat leerlingen fouten zullen gaan maken. Die verrassen niet. Die demotiveren niet. Die zijn voorzien. Niks geen gemopper op leerlingen, het is gewoon zo en daar ga je als docent wat aan doen. Daarnaast heb je de vreugde van een kloppende lesvoorbereiding.

Eigen ervaring

Collega’s die precies weten waar leerlingen fouten maken, ik kijk er wat tegen op. Ik onthou dat allemaal niet. Kan zijn dat ze het noteren, maar dat denk ik niet. De grondige voorbereiding vervang ik door een wat losse planning met veel ruimte voor inbreng van de leerlingen en flexibiliteit. Lemov wijst in die zin de weg dat hij de registratie tijdens de les benoemt. Een losse voorbereiding en registratie staat elkaar wel in de weg.

Wellicht is ook dit iets om gezamenlijk met collega’s aan te pakken. De starter, de ervaren rot, samen in gesprek over waar de fouten zitten bij de leerlingen. Toch maar eens aankaarten.

Vervolg

In hoofdstuk 2 worden vijf technieken besproken. Nog drie te gaan.