Theo Thijssen is met zijn boek “De gelukkige klas” een vaste waarde binnen de literatuur over het onderwijs in Nederland. Schoolland is de titel voor De gelukkige klas. Het boek is opgezet als een dagboek en geeft zicht op het werk van de leerkracht Lager Onderwijs meneer Staal. 

Het boek start bij het einde van het schooljaar wanneer Staal afscheid neemt van zijn leerlingen die de school gaan verlaten. Ze krijgen het gemeentelijk getuigschrift en het vaccinatiebewijs mee. Staal krijgt een nieuwe klas waarin de meeste leerlingen bevorderd zijn (verhoging heet het). De verhoging is begin juni, waarna de lessen met de nieuwe klas tot aan de vakantie doorgaan, met als vergezicht dat hij deze klas de komende vier jaar lesgeeft. Als lezer leer je Staal beter kennen, maar krijgen je ook inzicht in hoe het onderwijs in die tijd ging.

School

De school in de buurt van Amsterdam heeft zes klassen en leerkrachten. Daar komen nog een leerkracht gymnastiek en het schoolhoofd bij. Met twee vrouwen die aan de lagere klassen lesgeven, geven de mannen klas 3 tot en met 6 les. De klas van Staal telt 42 leerlingen. De klassen van de school zijn vol aan het begin van het jaar. Dat betekent voor de praktijk dat wanneer een leerling niet verhoogd wordt van bijvoorbeeld klas 3 naar klas 4, er een plek tekort is en daarom een leerling uit klas 2 niet verhoogd kan worden. De lessen zijn op maandag tot en met zaterdagochtend. Op de zaterdag zijn de meeste joodse leerlingen afwezig, voor hen is het immers een rustdag. De school heeft enige tijd geen schoolhoofd en eigenlijk loopt het wel goed. Wie het nieuwe hoofd wordt is een paar weken gespreksonderwerp, het wordt een buitenstaander en niet wat verwacht werd, de meest ervaren collega, Kraak, of de collega die voor schoolhoofd aan het studeren is. Uiteindelijk wordt het meneer Reinier, iemand van buiten de school.

Leerlingen

Staal heeft 42 leerlingen van 9 of 10 jaar oud in de klas. Enkele leerlingen noemt hij in zijn dagboek bij naam, wanneer er iets speelt. Zo is er Fok, die bij de start van het schooljaar al genoemd wordt als bijzonder en gedurende het jaar nog wel eens terugkomt. Veelgenoemd is Hilletje, één van de slimmere leerlingen. Willen collega’s nog wel eens denigrerend doen over leerlingen, Staal doet dat niet.

Wanneer een leerling afwezig is zonder dat de reden bekend is, wordt een leerling met een briefje naar het huis van de afwezige gestuurd. Ouders moeten dan aangeven waarom hun kind afwezig is. De afwezigheid van de joodse kinderen op de zaterdag wordt overigens volledig geaccepteerd. Eén keer gaat Staal op huisbezoek bij een leerling om met de moeder de afwezigheid te bespreken. Dat heeft enige tijd positief effect. Oorzaak is de armoede en de bijbehorende slechte gezondheid van het kind.

Orde

Het boek start met de overpeinzingen van Staal over orde houden. Hij vindt zichzelf inconsequent en een slapjanus. De leerlingen die hij na de verhoging krijgt, zijn een duidelijke (strenge?) collega gewend en zijn de eerste tijd stuurloos vanwege zijn houding. In de tweede helft van het boek wordt beschreven hoe Staal de orde in de vingers krijgt: door duidelijk te zijn in wat er moet gebeuren, opdrachten die bij het niveau passen en het laten nablijven als het niet gaat zoals bedoeld. Staal werkt na elke schooldag ongeveer een uur door en die tijd laat hij leerlingen ook nablijven. Uiteindelijk bouwt hij ook een goede band op met zijn leerlingen. Dat wordt vooral duidelijk wanneer hij drie weken ziek is en bijna hersteld een wandeling door het park maakt en zijn klas onder leiding van Reinier tegenkomt.

Naast de dagelijkse zorgen over de orde, is de periode voor de Kerstvakantie opvallend. Leerlingen en leerkrachten zijn moe en toe aan vakantie en dat maakt dat lesgeven lastig is en de orde met veel gedoe gehandhaafd moet worden. Wanneer twee meiden ruzie hebben, wordt dit uitgebreid beschreven, met een brief van één van de moeders die aandringt op ingrijpen, terwijl de andere ouder zich er niet mee bemoeit. Uiteindelijk dwingt Staal de meiden om elkaar een hand te geven en het gedoe te stoppen.

Nog een incident dat uitgebreid beschreven is, is wanneer drie jongens sinaasappels van een kar stelen. Staal neemt dat hoog op en overweegt het te melden bij de politie. Zijn collega’s staan er wat losser tegenover en beperken het tot straf. De echtgenote van Staal vraagt zich af waarom hij zich druk maakt. Uiteindelijk laat hij de jongens twee weken nablijven. Hier lees je de twijfel van Staal of hij het wel goed aanpakt erg duidelijk.

Lesgeven

De beschreven lesinhoud is wat nu ook onderwezen wordt: lezen, schrijven, rekenen. Voor het onderwijs is er een lesrooster maar Staal maakt regelmatig andere keuzes. Zo vindt hij “vertellen” vervelend en spannend om te doen en slaat het daarom over, maar dat doet hij ook met natuurkunde (physica). Indirect lees je ook dat er aardrijkskunde gegeven wordt. Staal kiest er voor om de belangrijke onderwerpen door de week te doen en niet op zaterdag, anders missen de joodse leerlingen belangrijke inhoud.

Er wordt veel tijd besteed aan het leren lezen. Leerlingen lezen zinnen op, waarbij iedere leerling aan bod komt. Probleem is echter dat er te weinig boekjes zijn, wanneer er in een gewoon tempo doorgewerkt wordt, is er aan het einde van het jaar niks meer te lezen. Dus rekt Staal de leeslessen maximaal op door boekjes te herlezen, stil te staan bij de betekenis van de woorden enz enz. Doorgaan met lezen met de boekjes van het volgende schooljaar kan ook niet, dan zou hij zijn collega in problemen brengen. In de periode dat er nog geen schoolhoofd is, begint Staal over de aanschaf van meer en actuelere leesboekjes. Het duurt even voordat er toe besloten wordt, want het budget is beperkt. Schrijven leren leerlingen met pen en inkt op papier. In het begin van het jaar gaat dat tussen twee regels (om de boven- en onderkant van de letter vast te leggen), later op één regel. Staal staat uitgebreid stil bij de vraag of en hoe hij schrijfwerk moet corrigeren. Bij de woorden, tussen de regels of is er geen vaste manier. Hij wil het werk waar leerlingen zo hard aan gewerkt hebben niet slordiger maken. In het overleg met collega’s komt naar voren dat hij serieuzer nakijkt dan de anderen. Die doen dat niet, of corrigeren niet of maar een beetje. Er klinkt dan enige teleurstelling en verbazing door.

Aan het einde van het jaar laat hij leerlingen deelsommen maken, uit de beschrijving blijkt dat hij ze leert staartdelen. De school kiest voor het mechanisch toepassen van een algoritme. Sommen worden gemaakt op een leitje, zodat erg gepoetst kan worden.
Enerzijds is Staal trots op wat hij met de leerlingen bereikt, anderzijds ziet hij, na een periode van afwezigheid, de relativering van het werk in. De schriftjes zijn niet veel netter, het rekenen schiet niet op, de tekeningen blijven kindertekeningen enz.

Een bijzondere lesactiviteit is het maken van wandelingen. Dat wordt duidelijk wanneer Staal ziek is en schrijft dat hij nu verder door het park kan lopen dan dat hij met de klas normaal doet.

Inspectie

Driemaal komt er inspectie op bezoek. Die komen zonder aankondiging de les binnen lopen en dan wordt bekeken hoe de les loopt, wat er in de schriftjes of op de lei staat en daar wordt direct op gereageerd. Staal krijgt de eerste keer commentaar op zijn schrijfles, net nu hij de leerlingen voor het eerst laat schrijven op een enkele regel in plaats van tussen twee regels. Dat gaat bij de leerlingen niet goed en de inspecteur zegt daar wat van. Staal is daar van ontdaan, de geruststellingen van de ervaren collega’s hebben weinig effect. De laatste keer is de dag voor de Paasvakantie. Dan komt de controleur de klas in, kletst wat met de klas en maakt rechtsomkeer. Duidelijk is dat er van die dag niet veel verwacht wordt.

Armoede

De leerlingen komen uit heel verschillende milieus, waaronder heel arme. Dat wordt echt duidelijk wanneer er buiten sneeuw ligt en leerlingen vanwege gaten in de schoenen natte kousen en koude voeten krijgen. Er wordt gespaard voor een schoolreisje (2 cent per week), voor nogal wat ouders is deze bijdrage niet goed vol te houden. Het geld komt met horten en stoten binnen.

Ook Staal heeft het niet breed. Een paar keer blijkt de maand te lang voor het salaris. Ook Staal moet met natte voeten door de sneeuw. Beide paren schoenen die hij heeft hebben gaten en er is pas na het weekend geld voor de schoenmaker. Ondanks dat geeft Staal eigen geld uit aan een groot notitieboek voor zijn eigen administratie, steunt hij leerlingen uit een arm gezin wanneer ze geen geld hebben om te trakteren als ze jarig zijn enz.

Wanneer Staal drie weken ziek is, ontvangt hij geen salaris. Zijn collega Kraak, maar ook de ouders van zijn vrouw, springen bij om het huishouden draaiend te houden én de doktersrekening te kunnen betalen.

Terugblik

Het is een dun boekje, maar nadat ik er in begonnen was, bleef het lang liggen. Ik moest even inkomen om begrip te krijgen voor het gekabbel, het verhaal zonder een duidelijk plot. Wanneer Thijssen meer duidelijke onderwerpen aan gaat snijden, werd het voor mij beter leesbaar. Over de schrijflessen, het bezoek van de inspectie, de verhoging etc.

Waar we gelukkig van af zijn, is dat bij ziekte het salaris niet doorbetaald wordt. De gebrekkige financiering toen en nu is gebleven.

Wat van alle tijden is, is de worsteling die Staal doormaakt met de wens om het goede goed te doen. Met goed lesgeven, zorgen dat leerlingen leren, dat er orde is etc. Ook van alle tijden is het geklets in de docentenkamer, over elkaar, over de inspectie, over …  En ook, dat na de verhoging Staal naar een nieuw lokaal gaat, alles netjes en op orde is, terwijl hij zijn oude lokaal in een rommeltje achterlaat. Dat gaat nog steeds zo. En zo zijn er meer waarnemingen van Thijssen die de tand des tijds doorstaan hebben. Herkenbaar wanneer je in het basisonderwijs werkt, voorstelbaar vanuit het Voortgezet Onderwijs.

Uit mijn eigen lesgeven herken ik de wisseling van onderwerpen waar je je druk over maakt. Het gaat een poosje over lezen, dan over schrijven, dan over orde houden. Een (korte) periode van focus op één onderwerp en dan weer door naar het volgende. Alle onderwerpen altijd aandacht geven is voor Staal, maar ook voor mij niet mogelijk. Daar heeft hij overigens ook last van. Met de focus op schrijven, gaat het met rekenen minder of met de orde. Er is maar zoveel tijd en aandacht.

Referentie

Thijssen, T. (1969). Schoolland (1ste dr.). Salamander 266, hertaald. Em. Querido’s Uitgeverij N.V. Amsterdam. (Origineel 1925, Van Dishoeck, Van Holkema & Van Warendorf N.V. Bussum.)
Het boek Schoolland, digitale versie op Delpher.
Een biografie over Theo Thijssen op OpenLibrary.
Wikipedia over Theo Thijssen.