Teach Like a Champion 3.0 is de nieuwe editie van het bekende werk van Lemov. De vorige editie ben ik begonnen met lezen en bespreken, maar vrij in het begin gestrand. Met de nieuwe editie een nieuwe poging. In deze post bespreek ik hoofdstuk 12: Building student motivation and trust. De inhoudsopgave is klikbaar, zodat je snel bij je keuze bent. Vind je het leuk? Vragen, opmerkingen? Laat commentaar achter!

Dit hoofdstuk gaat over de dagelijkse interactie met leerlingen en hoe die interactie de inzet, de motivatie van de leerlingen kan beïnvloeden. Want elke interactie beïnvloed de motivatie. Basis is, dat leerlingen vertrouwen moeten hebben in de docent, de school, de omgeving. Dat betekent dat ze zich veilig moeten voelen. Veilig, fysiek, maar ook mentaal. Dat er fouten gemaakt mogen worden, dat er niet gepest wordt etc. Leerlingen moeten zich ook gekend weten. Dat de docent je naam weet, om je persoon geeft, om je leerresultaten geeft. En uiteindelijk, dat het leren succesvol is. Want succes motiveert.

Uiteindelijk zijn het de normen in de groep, die de motivatie bepalen. Daar kan je in sturen, maar dat is hard werken.


Technique 59: Positive framing

Lemov begint deze techniek met het afserveren van de complimenten-sandwich. Leerlingen hebben dondersgoed door dat die toegepast wordt en dat het venijn in het midden zit. En alsof ze niet tegen goede feedback zouden kunnen. Met complimenten strooien is niet hetzelfde als een positieve houding.

  • Assume the best. Ga van het goede uit. Ook voor de docent het beste, omdat je je dan niet druk hoeft te maken over negatieve bedoelingen. Sleutelwoorden zijn dan:
    • Vergeten. Leerlingen doen iets niet omdat ze de instructie of de procedure vergeten zijn. Er is geen opzet.
    • Verwarrend / onduidelijk. Leerlingen doen iets niet omdat de instructie verwarrend was, of onduidelijk.
    • Docent heeft het niet goed. Leerlingen doen iets niet omdat de docent niet duidelijk was.
    • Over-enthousiast. Leerlingen doen iets, maar vliegen uit de bocht uit enthousiasme.
    • Dit moet natuurlijk wel stoelen op de feiten. Anders wordt het toneelspel.
  • Live in the Now. Je kan best terugkomen op iets wat gebeurd is, maar als er niks meer aan of mee gedaan wordt, laat het rusten. Focus vooral op wat er in de toekomst moet gebeuren. En wees daar specifiek over. “De volgende les heeft iedereen het juiste schrift bij zich”.
  • Allow plausible anonymity. Een leerling die echt de best doet, kan je ook klein een aanwijzing geven.
  • Narrate the positive and build momentum. Benoemen wat je nastreeft. Leerlingen leren van wat aandacht krijgt.
  • Challenge!. Kijk of je er een wedstrijdje van kunt maken. Voor alle leeftijden een mooie manier.
  • Talk expectations and aspirations. Met het onderwijs, draag je bij aan de ontwikkeling, de wensen en dromen van de leerling. Benoem die. “Dit soort opdrachten ga je later op de uni tegen komen, wij kunnen ze nu al”.

Vertaling

In de vertaling heet deze techniek “Positief inkleden”. Vind ik een mindere vertaling, het komt mij over als verpakking en niet als grondhouding.

Wat ik doe

Wanneer de stof het toelaat, laat ik leerlingen sommen uit hun schrift op het bord schrijven. Leerlingen vinden dat vervelend wanneer ze vermoeden dat hun uitwerking niet juist is. Toch laat ik ze op het bord schrijven. Want een fout is een vergissing (en die maken we allemaal) en door daar naar te kijken leren we veel. Als er geen vergissingen gemaakt worden, leren we niks. Het is een positieve frame die ik ondersteun door zelf ook vergissingen te maken (en dat zijn het echt, ik maak ze niet opzettelijk) en mij te laten corrigeren door leerlingen.

Vooral de techniek waarbij de oorzaak dat zaken niet goed lopen, bij mij als docent liggen, is standaard. Enerzijds is dat verpakking, anderzijds is het ook hoe ik er tegenaan kijk. Ik ben als docent in het lokaal verantwoordelijk voor het geheel. Het is aan mij om dat in goede banen te leiden, niet aan de leerlingen.


Technique 60: Precise Praise

Complimenten en erkenning. Wanneer woorden er toe doen. Waar op te letten?

  • Reinforce actions, not traits. Benoem het werk, de handelingen, niet een eigenschap (wat ben je slim). Wanneer je eigenschappen complimenteert ontstaat risico-mijdend gedrag. Wanneer je gedaan werk benoemt, maak je duidelijk dat inzet de moeite is. En dat is herhaalbaar. Probeer te benoemen wat geleid heeft tot succes: “huiswerk gemaakt, samenvatting gemaakt, en dan een mooi proefwerkcijfer!”.
  • Offer objective-aligned praise. Benoem wat geleid heeft tot het succes, op de lange duur, los van de ene situatie dat het niet succesvol was. Maak duidelijk wat volgehouden moet worden voor toekomstig succes. En wanneer het zichtbaar is, kan het ook aan de klas getoond worden.
  • Differentiate Acknowledgement from praise. Wat gewoon is in de les, mag benoemd, maar is over het algemeen geen compliment waard. Alleen een uitzonderlijke prestatie rechtvaardigt een uitzonderlijke vermelding. Vermijd complimenten voor iets wat heel gewoon is of zou moeten zijn.
  • Modulate and vary your delivery. Complimenten kunnen in de klas, maar ook privé of in een kleine groep. Varieer hier in, net zoals bij correcties. Een privé-compliment heeft wel meer waarde dan eenzelfde compliment in de klas.

Vertaling

In de vertaling heet deze techniek “Precies prijzen”.

Wat ik doe

Deze techniek is een oefening op je woorden passen, maar is ook standaard in elke les.


Technique 61: Warm / Strict

Streng en toch warm. Door met oog voor de leerling, streng en duidelijk te zijn, laat je zien dat je verwacht dat de leerling aan jouw (hoge) standaarden kan voldoen, de leerling veel kan leren en ver kan komen. Deze houding start de eerste seconde dat je leerlingen ziet. En op de korte termijn word je er niet populair mee, leerlingen zien later dat ze veel bij je geleerd hebben en waarderen je daarom. Een docent stelt normen, heeft verwachtingen, namens de samenleving. En als die verwacht dat deadlines nagekomen worden, moet een leerling dat op school leren.

Wanneer je in gesprek bent met een leerling over een misstap, doe dat met een gewone stem (niet boos ofzo), laat de leerling de misstap bekennen / toegeven. Vervolgens vertel je wat de leerling gemist heeft in de les. Benoem vervolgens de sanctie én dat het daarna afgesloten is.

Aanwijzingen:

  • Leg aan de leerling uit waarom je doet wat je doet. “We laten elkaar uitpraten, ook als we het niet met elkaar eens zijn”.
  • Blijf de communicatie beleefd houden, met “alsjeblieft” en “dank je wel”.
  • Maak onderscheid tussen het gedrag en de persoon.
  • De sanctie is tijdelijk, daarna gaan we weer vriendelijk en vrolijk verder.

Vertaling

In de vertaling heet deze techniek “Warm / Streng”.

Wat ik doe

Deze aanwijzing moet elke docent leren. Lage standaarden zijn voor niemand goed.


Technique 62: Emotional Constancy

Voor leerlingen is de school een plek om te experimenteren en daar van te leren. Huiswerk maken, discussies met docenten, het zijn allemaal leermomenten. Het hoort er bij, en daarom kan een docent er ook professioneel op reageren. En daar mag best gevoel in zitten, maar niet teveel emotie. Hoe krijg je dat voor elkaar? Vertraag. Vertraag je pas, vertraag je reactie. Denk na over wat je gaat doen (of wat je in de voorbereiding bedacht had om te gaan doen in deze situatie).

En ook weer: beoordeel het gedrag van dat moment, niet de persoon, niet in het hele verleden. Het gaat over het nu.

Wat een leerling met zijn experiment bij jou aan emoties oproept, is niet van belang. Het gaat om het leren van de leerling.

Vertaling

In de vertaling heet deze techniek “Gelijkmoedigheid”. Ik wist niet dat het een woord was. De online Van Dale kent het ook niet. Niet getreurd, de vertaling volgt de tekst van Lemov.

Wat ik doe

Dat je de emoties er buiten moet laten, heb ik wel moeten leren. Wanneer dit aan de orde is, merk ik dat ik met een afgemeten toon en woordkeuze verder ga. Maar soms ook heel snel. Sommige acties komen vaak voor, hoewel ze ongewenst zijn, en daar past een snelle, afgemeten, tevoren bedachte reactie.


Technique 63: The joy factor

Je moet als docent wel uitstralen dat je plezier in je vak hebt. Dat je plezier maakt met leerlingen, dat de les plezierig is. Het gaat dan om het gevoel ergens bij te horen om flow en de realisatie dat er hard gewerkt en veel geleerd wordt. Het hele boek staat vol met technieken die hier voor zorgen. Wat zeker bijdraagt zijn kleine grapjes, gewoontes, die jou jou maken als docent. Die je doen afsteken tegen de rest.

Kernwoorden: leerlingen willen ergens bij horen. Dus meedoen met de klas, met de les, met de docent. Ze willen meegenomen worden in de les, in een flow.

Vertaling

Deze techniek heet in vertaling “de P-factor”.

Wat ik doe

Wanneer ik mij goed voel, vrolijk etc, dan wordt de les ook zo. En wanneer ik een liedje neuriënd over de gang loop, lachen leerlingen en collega’s. Ha, daar heb je Paul. Dat ik daarmee afsteek tegen de collega’s is meegenomen, het is wie ik ben.

Voor veelvoorkomende situaties met de lesstof, heb ik standaardzinnen. “Later, als we groot en sterk zijn” is er zo één. Of dat er altijd een Snoopy stripje op het proefwerk staat “Voor een glimlach”. Het laat zien wie ik ben en dat ik plezier in mijn werk heb. Het duurt altijd even voordat leerlingen dit herkennen. Maar ze komen er regelmatig op terug.


Terugblik op dit hoofdstuk

“Het gaat niet over jou”. Deze boodschap die vooral besproken wordt wanneer een leerling uit de bocht vliegt, staat impliciet centraal in dit hoofdstuk. Hoe je de communicatie ook inricht, het gaat niet over jou. De docent is de professional die er voor moet zorgen dat de leerlingen leren.

In dit hoofdstuk zijn de technieken minder een recept. Met alle voorbeelden die Lemov geeft, krijg je wel een idee welke kant het op moet, maar om het ook zelf te doen is weer een heel ander punt. Het is zeker geen kunst, maar een vaardigheid. Echter, wel een vaardigheid die je een beetje moet liggen, die je met de jaren opdoet en waarbij feedback van leerlingen en collega’s zorgen dat je er beter in wordt. Zonder die feedback, geen ontwikkeling.