Teach Like a Champion 3.0 is de nieuwe editie van het bekende werk van Lemov. De vorige editie ben ik begonnen met lezen en bespreken, maar vrij in het begin gestrand. Met de nieuwe editie een nieuwe poging. Dit is de tweede post over hoofdstuk 3: Check for Understanding. Een thema dat in de vorige editie erg grote indruk op mij gemaakt heeft.

Je kan als docent wat onderwijzen, maar daar gaat het niet om. Het gaat er om dat leerlingen wat leren. En dat moet je controleren. Daar zijn een aantal “do’s” maar zeker ook “don’ts” over te geven. Daar gaat dit hoofdstuk over.

Technique 9: Active observation

In de lesvoorbereiding plan je ook wat je gaat bekijken wanneer je een rondje door de klas doet. Je beslist dus tevoren waar je naar gaat kijken. En dat werk je uit in een observatieformulier. Want, wanneer leerlingen aan het werk zijn, produceren ze een datastroom en die moet je systematisch benaderen. Door wat je bekijkt te slim te registreren kan je snel werken zonder dat je mentaal uitgeput raakt van het onthouden.

Slim registreren begint met het opknippen van de observaties. Wanneer leerlingen in klas 2 leren een parabool te tekenen, is het eerste rondje voor het assenstelsel. Het tweede voor de tabel en het derde voor de juiste kromme. Want dat zijn de drie meest-gemaakte fouten.

Lemov geeft een voorbeeld waarbij de docent een opdracht heeft staan en daaronder een namenlijst met daar achter ja/nee. En ruimte voor aantekeningen. Zo kan je bij een specifieke opdracht zien wie wel en wie niet. Maar het kan ook algemener, je noteert de opdracht en maakt een turftabel bij het rondlopen. Dan weet je niet wie de opdracht niet goed had, maar wel hoeveel in de klas.

Met de waarnemingen geregistreerd kan je vervolgens beslissen over de feedback. Lemov geeft 3 opties:

1) Elke leerling krijgt direct reactie op het moment dat de docent rondloopt
2) De feedback na het rondlopen is alleen gericht op de hele groep, niet individueel.
3) De feedback na het rondlopen is gericht op individuele leerlingen en niet op de groep.

Lemov heeft geen voorkeur, hij stelt alleen dat je hier tevoren over moet nadenken. En natuurlijk zijn er variaties op deze drie opties mogelijk.

Lemov citeert ook een docent die hij over dit onderwerp spreekt die vertelt dat voor het doen van een ronde door de klas, de plattegrond essentieel is. De docent start altijd op dezelfde plek (rechts voor) en daar zitten een zwakke, gemiddelde en hele sterke leerlingen. Een steekproef uit de klas. Daarmee ontstaat bij aanvang van het rondje al een algemeen beeld van de klas.

Het belang van rondlopen en het werk van leerlingen bekijken, onderstreept Lemov door uitgebreid in te gaan op het relationele aspect. Je loopt rond, reageert op het werk van een leerling, de leerling voelt zich gezien, krijgt impliciet of expliciet erkenning voor het werk, de leerling voelt zich gezien. En dat is een krachtige motivator voor leerlingen.

Wat ik doe

Na het lezen van TLAC2 ben ik gerichter rondjes door de klas gaan doen. Direct bleek het belang van Standardize the format want het is inderdaad alleen echt effectief wanneer je focust op één aspect van het werk. Ik heb het in Coronatijden ook geprobeerd door werk te laten inleveren en dan te beoordelen, maar dat lukt zelden in de les, waardoor het meer controleren dan begeleiden wordt. Nu ik weer in de gelegenheid ben om rondjes door het lokaal te doen, zie ik hoeveel informatie ik misgelopen ben.

“Zomaar” rondlopen is gezelligheid, rondlopen met een observatie-doel is beter. De observaties registreren is de standaard, aldus Lemov. Een duidelijke lat.

Technique 10: Show me

Wisbordjes, hand opsteken en allerlei variaties er op: leerlingen laten zien wat ze bedacht hebben. Je stelt een vraag, geeft tijd om na te denken en vervolgens vraag je aan de klas om allemaal tegelijkertijd de keuze te laten zien. Dat kan de keuze uit een meerkeuzevraag zijn, het antwoord op een som, een woord of korte zin, enz. Lemov knipt dit thema in twee:

1) Met de handen. Daarmee kan je goed meerkeuze-antwoorden inventariseren. Keuze A is één vinger, keuze B twee etc.

2) Wisbordjes. Kleine white-boardjes waar leerlingen hun antwoord op schrijven.

Lemov werkt de didactiek van Show Me verder uit:

  • Het gaat om éénduidige antwoorden. Dat kan de letter van een meerkeuze-vraag zijn, of dat nou een klein sommetje is of de keuze voor uitwerking A of B van het ingewikkelde probleem of de conclusie uit een tekst-analyse.
  • Leerlingen geven hun reactie tegelijkertijd. Dit voorkomt dat leerlingen kiezen wat de meerderheid uit de klas kiest. Het is ook efficiënt voor de docent.
  • Op een manier die de docent in een korte tijd, in één oogopslag kan overzien.

Wat Lemov niet expliciet benoemd, maar wel belangrijk is, is dat het ook gaat om de routine. Dit werkt vooral goed wanneer leerlingen weten wanneer ze hun antwoord moeten laten zien. Opdracht, tijd geven, aftellen en dan laten zien.

Vervolgens hoe je daar als docent op voortbouwt.

  • Je geeft direct het correcte antwoord
  • Je laat een leerling de eigen keuze / antwoord toelichten
  • Je laat overleggen, eventueel het antwoord bijstellen
  • Je loopt rond, vertelt wat je ziet en reageert daar individueel op

De keuze die je maakt, zal je dan wel goed moeten voorbereiden. En, vooral met meerkeuze, is dat ook goed te doen. Je hoeft dus niet direct door naar het goede antwoord. Ook nadat het goede antwoord bekend is, volgt er een actie.

  • Een krul als je het goed had
  • Verbeter als je het fout had
  • Doe opgave … als je twijfelde

Wat ik doe

In de wiskundeles heb ik een paar keer gewerkt met wisbordjes in de vorm van een iPad. Dat was allereerst zorgen voor een programma om de antwoorden in te schrijven, daarna de werkvorm duidelijk maken en dan toepassen.

Meerkeuze-opgave met vingers opsteken ook geprobeerd. Maar dat vind ik niet overzichtelijk genoeg om direct te zien wat er zoal geantwoord wordt.

Digitaal

Er zijn veel digitale tools die je in staat stellen direct te zien hoe leerlingen er voor staan. De beste tool daarvoor is de tool die de school ter beschikking stelt (in verband met AVG) en die voor jou werkt.

Favoriet zijn bij mij:

  • Digitale wisbordjes van digitaalwisbordje.nl De naam zegt het al.
  • Quizizz. In de pro-versie zit ook de mogelijkheid om leerlingen te laten tekenen.
  • De website Plickers doet dit net even anders. Leerlingen krijgen een QR code op een A4 en hoe ze die houden, bepaalt hun keuze voor A, B, C of D. De docent scant met een mobiel de klas en Plickers telt vervolgens de antwoorden en maakt daar een grafiek van.

Wat ik meeneem

Show Me heb ik een paar keer gedaan. En ben er uiteindelijk mee gestopt. Bij het lezen van deze techniek wordt het mij duidelijk dat ik de voorbereiding niet goed genoeg gedaan heb, dat ik niet duidelijk had wat ik wilde, hoe ik de bespreking zou aanpakken en hoe ik na een opgave verder ga. En ook dat je ook deze werkvorm moet aanleren. De eerste keer en gaat het niet goed. En later wel.

Technique 12: Affirmative checking.

Deze techniek heeft twee doelen:

1) Leerlingen moeten laten zien dat ze iets kunnen voordat ze verder mogen
2) Omdat de docent het werk controleert is er zicht op de fouten die gemaakt worden.

Het is een veelgebruikte techniek, leerlingen krijgen een opgave, moeten die maken, en kunnen pas verder aan de rest van het werk nadat de docent gecontroleerd heeft dat ze het werk goed gedaan hebben. Dit werkt vooral goed wanneer de opgave snel na te kijken is, anders ontstaat er wachttijd bij leerlingen en dat is zonde van het lesuur.

Het mooie is, aldus Lemov, dat leerlingen zelf beslissen wanneer ze het werk laten beoordelen. De snelle werkers die de details over het hoofd zien, komen als eerste en merken dan ook dat ze details gemist hebben. En dat is net een ander proces dan dat je bij het langslopen de ontbrekende details aanwijst. Doordat iedereen het werk moet laten zien, krijgt ook iedere leerling feedback en uiteindelijk een positieve ervaring.

Knelpunt is de tijd. Hoe zorg je er voor dat leerlingen niet te lang moeten wachten?

1) Zorg voor opgaven die snel na te kijken zijn.
2) Gebruik eventueel een rubric
3) Standaardiseer het materiaal, zodat je niet hoeft te zoeken
4) Gebruik opgaven waarvan je verwacht dat er tijdsverschillen tussen leerlingen ontstaan
5) Geef een opdracht die de wacht-tijd nuttig vult

Lemov beschrijft ook dat je leerlingen zelf hun werk kan laten nakijken en dat dan laat inleveren. Dat maakt wel duidelijk dat iedereen het werk gedaan heeft, maar het bespreken van veelgemaakte fouten is dan niet meer zo zinnig.

Wat ik doe

Vanwege de wachttijd gebruik ik deze techniek nauwelijks. In klas 1 leren leerlingen hoe ze met de geodriehoek een hoek moeten meten en daarna tekenen. Later leren ze een assenstelsel tekenen. Bij deze twee onderwerpen wil ik alle leerlingen zien. En dat vind ik dan ook een heel gedoe.

Wat ik meeneem

Bij deze techniek wordt goed duidelijk gemaakt waar het knelpunt zit. En worden er oplossingen geboden. Het staat of valt (weer) met een complete voorbereiding.

Deze drie technieken, wat ik meeneem

Het hoofdstuk heet “Check for understanding“. Deze drie technieken stellen je als docent in staat om te controleren wat de leerlingen opgestoken hebben. Het staat of valt, het wordt saai, met een goede voorbereiding. Wat wil je weten van de leerlingen en hoe ga je er voor zorgen dat je dat te weten komt.

Ga je rondlopen of ga je leerlingen vragen het werk te laten zien. Of vanaf hun plaats, of dat ze naar jou toe komen.  En past het bij de aard van de lesstof. Daar moet dus de voorbereiding over gaan.